Alles over sport logo

Trainerstekort opgelost: één trainster, drie verschillende clubs

Veel clubs dromen ervan: een groeiende club met goede, gevarieerde lessen voor alle verschillende doelgroepen. De praktijk is vaak wat weerbarstiger. Hoe vind je genoeg getalenteerde trainer-coaches voor alle groepen? In Friesland sloegen drie clubs de handen ineen voor een gezamenlijke oplossing: via Sportwerkgever Fryslân werkt trainster Janouk van der Meulen sinds deze zomer voor S.V. Damwoude, Turn & Gymsport Dokkum én GV Veenwouden.

Van hobby naar professional

De gymsport is al jaren een belangrijk onderdeel van het leven van Janouk van der Meulen: ze deed 5 jaar aan turnen, 15 jaar aan acrobatische gymnastiek (acro) en begon al op jonge leeftijd als assistent-trainster bij S.V. Damwoude. Daar groeide ze later door naar hoofdtrainster turnen. Ook verzorgde ze acro-trainingen en volgde ze KNGU-opleidingen om zich verder te specialiseren.

Hoewel het trainerschap ooit begon als vrijwilligerswerk naast haar baan als assistent-filiaalmanager, bleef het idee door haar hoofd spoken om van haar hobby haar werk te maken. Tijdens een teampresentatie sprak ze hierover met Berber Swart, accountmanager van de KNGU. “Enkele maanden later belde Berber mij, met de vraag of ik er nog steeds zo over dacht. Ze zag mogelijkheden om een trainerstekort in de regio op te lossen en wilde de mogelijkheden graag met mij verder onderzoeken.”

Eén werkgever, drie clubs

De hulpvraag kwam aanvankelijk uit één club: GV Veenwouden had dringend een trainster nodig en trok bij de KNGU aan de bel. Op dat moment herinnerde Swart zich het eerdere gesprek met Van der Meulen, zag een kans en besloot weer contact met haar op te nemen.

Swart: ”Toen ik Janouk belde, werd ze meteen enthousiast van het idee om fulltime trainingen te gaan geven. Janouk wist dat ook Turn & Gymsport Dokkum nog een trainster zocht. Vanuit mijn rol als accountmanager denk ik altijd graag in nieuwe mogelijkheden en heb ik regelmatig contact met lokale clubondersteuners, zoals Sport Fryslân. Het idee van een samenwerking met één professionele trainer voor meerdere clubs leek me een uitstekende case om tijdens een rondetafelgesprek met verschillende clubbestuurders te bespreken.”

Door de vraag uit de drie clubs te bundelen ontstond de kans om een volwaardige functie te creëren. Swart vertelt: “Samen met de bestuurders zijn we gaan sparren: is dit haalbaar? Hoe worden planningen en financiën afgestemd? Welke afspraken moeten vooraf gemaakt worden en wat heeft een trainster nodig om bij meerdere clubs te kunnen werken?”

Na het leggen van de spreekwoordelijke puzzel over trainingsuren en -groepen, lestijden en wedstrijden, bleek het idee behoorlijk haalbaar en werd de volgende stap gezet. “Vanuit Sport Fryslân, Sportwerkgever Fryslân en de KNGU hebben we dit vervolgens uitgewerkt tot een concreet en werkbaar plan. De werkverdeling tussen de clubs is zorgvuldig afgestemd en het werkgeverschap is ondergebracht bij Sportwerkgever Fryslân. Dit betekent dat de trainer, in dit geval Janouk, één formele werkgever heeft, dus ook één salarisstrook en bijbehorende arbeidsvoorwaarden, zoals pensioenopbouw. De clubs hebben een eigen helder contract met Sportwerkgever Fryslân wat betreft het aantal uren. Dit geeft duidelijkheid, structuur en vertrouwen voor alle partijen”, concludeert Swart.

Afwisselende werkweek

In de zomer van 2025 rondde Van der Meulen haar vorige baan af. Sindsdien geeft ze training bij de drie clubs in een werkweek die zowel afwisselend als overzichtelijk is. Een uitdaging vormen de uiteenlopende leeftijden en niveaus: “In Damwoude en Veenwouden train ik de meisjes van 7 tot 15 jaar, in de middenbouw en in de bovenbouw F, G, H. In Dokkum is wat meer spreiding in leeftijd, daar is de oudste turnster in de groep 21 jaar en wordt in hogere categorieën geturnd. En tot slot train ik bij GV Veenwouden ook nog de jongens, een klein groepje met leeftijden van 5 tot 11 jaar”.

“Drie clubs betekent drie manieren van organiseren en communiceren, verschillende niveaus en drie clubculturen”. Ze voelt zich erg gesteund door de clubs en de communicatielijntjes zijn kort. “Maar de eerste weken waren écht druk”, vertelt Van der Meulen. “Lesvoorbereidingen, alles opstarten, met iedereen kennismaken. Je wilt alles goed doen, maar elke club werkt net iets anders. Bovendien wilde ik me goed voorbereiden op het trainen van de jongensgroep, een discipline die ik eerder nog niet gaf.”

“Ik ben een dag gaan meelopen in Heerenveen. Super interessant en leerzaam, dat heeft me geholpen om met deze groep goed op te starten.” Inmiddels heeft Van der Meulen haar draai gevonden. Na een paar weken werd het steeds beter en makkelijker. “De vooraf gemaakte afspraken met de clubs hebben hierbij echt ontzettend geholpen. Het was in het begin vooral even wennen aan elkaar. Maar ik voel me thuis, kan bij alle clubs altijd aankloppen met vragen en ben constant in ontwikkeling als trainster. Ik heb mijn lesvoorbereidingen bijvoorbeeld veel efficiënter gemaakt en kan opgedane kennis delen bij de verschillende clubs. Ik ben echt van mijn hobby mijn beroep aan het maken, en dat bevalt me heel erg goed”.

Aantrekkelijk perspectief

Swart verwacht dat de professionele aanstelling van trainer-coaches bij meerdere clubs steeds gebruikelijker zal worden in de gymsport. “De voordelen zijn groot, zowel voor de professional als voor de verschillende clubs. Door samen te werken kunnen clubs een volwaardige baan creëren, wat een veel aantrekkelijker perspectief is dan de gebruikelijke losse uurtjes. Trainers-coaches kunnen zo makkelijker behouden blijven en zich ontwikkelen binnen de sport. Voor de clubs is de stabiliteit en continuïteit een groot voordeel, dit is precies waar ze naar op zoek zijn. Het helpt vooral de clubs in de kleinere dorpskernen om te kunnen blijven voortbestaan.”

Ook in andere regio’s krijgt deze manier van samenwerken steeds meer vorm. Zo loopt er momenteel in Súdwest-Fryslân een Regiotrainer 2.0-traject, waarin niet alleen de samenwerking tussen clubs wordt opgezocht, maar ook actief wordt samengewerkt met lokale clubondersteuners en de gemeente. Deze bredere samenwerking maakt het mogelijk om extra financiering te realiseren, bijvoorbeeld voor uren overdag. Daarmee ontstaat ruimte om nieuw aanbod te ontwikkelen en de sport verder aan te jagen.

Belangrijke succesfactoren zijn daarbij samenwerking en het aantrekkelijk maken van de functie: een baan waarvan trainers zelf ook denken: die wil ik wel doen. Tegelijkertijd vraagt dit om ‘offervaardigheid’. Als je dit wilt laten slagen, moeten clubs soms ook iets inleveren, bijvoorbeeld in tijd of financiële middelen. Juist die gezamenlijke inzet maakt het mogelijk om tot duurzame oplossingen te komen.

“Als KNGU juichen we dit soort initiatieven dus van harte toe.” Swart sluit af met haar belangrijkste tip: “Gun elkaar iets, bouw aan vertrouwen, dan kun je structureel samenwerken. Maar als die basis er eenmaal is, dan kun je samen véél meer dan alleen!”

Tips

Natuurlijk zijn er knelpunten die moeten worden opgelost. Denk bijvoorbeeld aan wedstrijdweekenden waarin de trainer zich moet opsplitsen. Een paar praktische tips geeft Berber meteen vast mee:

  • Ga open het gesprek aan met clubs uit de buurt en betrek eventueel de KNGU;
  • Werk als club aan onderling vertrouwen door steeds goed te communiceren;
  • Maak realistische roosters en maak duidelijke afspraken over wedstrijden;
  • Zorg voor goede afspraken over opleidingskosten en ontwikkelingsmogelijkheden;
  • Vaste aanspreekpunten per club helpen om de lijntjes kort te houden.

Dit artikel verscheen in het KNGU-blad The Connection.


Vitale sportsector
Sportaanbieders
Turnen
public, professional
praktijkvoorbeeld
beleidsontwikkelingen, samenwerken, sportbestuur