Alles over sport logo

Positieve Sportcultuur in de praktijk: Den Haag

Met het actieplan ‘Een Positieve Sportcultuur 2020-2022’ ondersteunt de gemeente Den Haag sportverenigingen bij het krijgen en behouden van een positieve sportcultuur. Jimm Laros (beleidsmedewerker Sport) en Esmée Smit (sportpedagoog bij de gemeente Den Haag) vertellen erover.

E-book Positieve Sportcultuur

Dit is een artikel in een vierdelige serie met ‘best practices’ van gemeenten die werken aan een positieve sportcultuur: Amsterdam, Arnhem, Den Haag en Groningen. Zelf aan de slag? Download het e-book Positieve Sportcultuur. Deze digitale handreiking biedt gemeenten een concreet stappenplan om een positieve sportcultuur te bevorderen.

Aanleiding

“Er is niet één aanwijsbare aanleiding te noemen voor dit actieplan. Je merkt gewoon dat er veel dingen gebeuren die dit onderwerp behelzen. Binnen Den Haag zelf, waar situaties zijn geweest met seksueel grensoverschrijdend gedrag, maar ook landelijk. We kennen allemaal het voorbeeld van racisme tijdens FC Den Bosch-Excelsior.

“Het Nationale Sportakkoord is een belangrijke trigger geweest om als G4-gemeente de pijler ‘positieve sportcultuur’ vast te pakken. Wij zien de sportclubs als derde opvoedmilieu en willen positiviteit zoveel mogelijk faciliteren. Onze wethouder ondersteunt dat belang en is groot ambassadeur. Dat helpt enorm in het creëren van draagvlak en het vrijmaken van budget.”

Creëren van een basis

“Positieve Sportcultuur is een verzamelterm en dat maakt het wat ongrijpbaar, voor zowel gemeente als sportclubs. We zijn het begrip momenteel verder aan het definiëren en filteren. Dat helpt ons de boodschap goed over te brengen en het helpt clubs om er prioriteit aan te geven. We creëerden allereerst een basis, waarbij we ons afvroegen: wat willen we minimaal zien, zonder dat het een vereniging al te veel tijd en moeite kost? Vier dingen vinden we belangrijk: 

  • Een waarden-en-normendocument/gedragsregels.
  • Het aanstellen van minimaal één vertrouwenscontactpersoon.
  • Het opstellen van functieprofielen en bijbehorende gedragscodes.
  • Alle vrijwilligers in het bezit van een VOG.

“Het is wenselijk dat iemand of een commissie binnen een vereniging verantwoordelijkheid draagt voor het thema positieve sportcultuur, zodat het gedragen en gecoördineerd wordt. Naast deze basis werken we aan bewustwording door gesprekken te voeren met sportclubs, zodat we weten wat er speelt. Investeren in de relatie is heel belangrijk.

“Ik weet dat sommige gemeenten verder gaan. Dat ze kijken naar een ‘compliance strategie’, waarin beleidsmedewerkers houvast zoeken in wetten en regels om op terug te vallen, indien er grenzen overschreden worden. Je kunt bijvoorbeeld een anti-discriminatie- of ondermijningsclausule toevoegen aan je verhuurcontract. Dat voelt voor ons nog als een stap te ver. Ons eerste uitgangspunt is goede ondersteuning bieden door clubs te helpen een goede basis neer te zetten.”

Contact met de clubs

“De sportconsulenten zijn het eerste aanspreekpunt van clubs. Zij ondersteunen bij o.a. subsidieaanvragen, financieel en vrijwilligersbeleid. Bij specifiekere hulpvragen bieden we maatwerk via de sportpedagoog aan. Dat kan gaan over onderwerpen die een positieve sportcultuur aangaan, maar ook andere vraagstukken, zoals hoe ga je met kinderen met ADD om?

“Dan hebben we ook nog de Club Kader Coaches. Zij ondersteunen trainers en coaches op pedagogisch/didactisch gebied. We zoeken nog naar hoe die verschillende rollen zich optimaal tot elkaar verhouden, ook omdat we het niet te ingewikkeld willen maken voor de clubs.”

Samenwerking

“Partijen weten ons beter te vinden en het actieplan heeft daarbij geholpen. Door het zichtbaar te maken, ben je ineens vindbaar en willen partijen samenwerken. Hoe meer we ermee bezig zijn, hoe meer gemeenschappelijke belangen we ontdekken, zowel binnen als buiten het gemeentehuis. Er lopen al goede anti-discriminatie programma’s die ik graag naar sportverenigingen wil halen. We hebben veel geïnvesteerd in ons netwerk. We praten met veel organisaties en hebben regelmatig G4-overleggen. Nu moeten we het concreet maken. We zien het als ultiem doel om de lokale keten optimaal in te richten. Zodat elke partij in het leven van een kind – onderwijs, sport, jeugdwerk of zorg – op het juiste moment de juiste hulp kan bieden.”

Implementatie

“Het actieplan is een eerste stap van waaruit we verder ontwikkelen. Op sommige onderdelen is dat plan alweer aan verbetering/vernieuwing toe. Maar het is een dynamisch document. Dat wil ik ook meegeven aan gemeenten: je kunt je helemaal verliezen in de materie, maar soms moet je ook gewoon starten en kijken waar het je toe brengt. 

“Er wordt 75.000 euro per jaar vrijgemaakt vanuit sportbeleid. Hiermee financieren we de ondersteuningsmiddelen voor verenigingen, campagnes, bijeenkomsten en de mogelijke opvolging van een aantal projecten zoals ‘Positiviteit scoort’.”

Doelen en monitoring

“We vinden het moeilijk om doelen rondom dit thema te kwantificeren. Idealiter hebben de sportpedagogen straks veel werk, omdat er veel meldingen binnenkomen. Maar hoe maak je dat SMART? Daar gaan we binnenkort goed naar kijken. Er lopen meerdere onderzoeken die we uitvoeren of aan bijdragen. Waaronder een onderzoek/pilot die bij vijf verenigingen over ouderbetrokkenheid en sportief gedrag. Clubs werken met een toolkit waarin positief bevorderende tools (zoals de blauwe kaart) aangeboden wordt. We zijn heel benieuwd de uitwerking op bijvoorbeeld de betrokkenheid van ouders. We hebben studenten ingeschakeld om de pilot te begeleiden en monitoren.”

Tot slot

“We zijn heel blij dat we dit actieplan hebben opgeleverd, dat we ergens zijn begonnen. Als tip wil ik geven: houd het overzichtelijk, kijk/inventariseer naar wat er al gedaan wordt en gebruik dat. Bij ons liggen er ook nog uitdagingen. Wat is de juiste manier om de clubs te benaderen, te bereiken en draagvlak te creëren?”


Auteur(s)

Beleid
public, professional
praktijkvoorbeeld
beleidsontwikkelingen, pedagogisch sportklimaat, veilige sportomgeving