Een jaar of tien geleden kwam vanuit het speciaal onderwijs in Veenendaal de vraag naar aangepast voetbalaanbod voor kinderen. Tot dat moment was er in de regio vooral aanbod voor volwassenen met een beperking. Mascha Versteeg, bestuurslid bij De Merino’s, kwam direct in actie. In samenwerking met speciaal onderwijs De Blink werden klassen uitgenodigd voor een kennismakingstraining op de club. “We vervingen een gymles door een voetbaltraining bij ons op de vereniging”, vertelt Versteeg. “Kinderen die enthousiast waren, konden daarna lid worden.”
Voetbal op Maat
Zo ontstond Voetbal op Maat, bedoeld voor kinderen van 6 tot 14 jaar met gedragsproblemen zoals ADHD of autisme. “Het is geen G-voetbal, maar een specifieke vorm voor kinderen die in het reguliere voetbal niet goed tot hun recht komen”, legt Versteeg uit. De groep begon met 4 deelnemers en groeide uit tot 12 kinderen. “Het is niet handig als de groep veel groter wordt, want deze kinderen hebben meer individuele aandacht nodig.”
Er wordt één keer per week getraind en geen competitie gespeeld. Waar reguliere teams focussen op positiespel en wedstrijdvoorbereiding, ligt bij Voetbal op Maat de nadruk op losse voetbalvaardigheden en vooral plezier. Versteeg: “Plezier is altijd belangrijk bij De Merino’s, maar bij deze groep geldt dat extra.”
Framevoetbal
Naast Voetbal op Maat biedt De Merino’s ook framevoetbal voor kinderen met een lichamelijke beperking. Dit initiatief ontstond nadat een jongen via Sportservice Veenendaal bij de club terechtkwam. “Samen zijn we in gesprek gegaan om te kijken hoe we aan zijn vraag konden voldoen”, zegt Versteeg. “Hij wilde gewoon bij een voetbalclub horen en lekker voetballen.”
Sindsdien biedt De Merino’s één keer in de maand frame-voetbal aan. De groep telt inmiddels negen deelnemers, begeleid door twee trainers. Tijdens de trainingen staat vrij bewegen centraal. “Sommige kinderen moeten meerdere keren per week verplicht naar de fysiotherapeut. Bij ons mogen ze gewoon bewegen, omdat ze dat zelf willen. Het gaat niet om beter worden, maar om plezier”, zegt Versteeg.
Een training bestaat uit een warming-up, oefeningen, een pauze met drinken en fruit en een afsluitend partijtje. “Ouders blijven vaak aanwezig tijdens de training en sommigen vinden het leuk om met het partijtje mee te doen. Dan spelen we kids tegen de ouders – en telt het scoren ineens wel.”
Bij slecht weer wijkt de groep uit naar een sporthal. “Dat vinden ze geweldig, rollators gaan daar nóg harder”, lacht Versteeg. “Maar het liefst blijven we op de club. Anders verlies je de verbinding met de vereniging.” Via het Sportakkoord ontving De Merino’s een bijdrage voor het framevoetbal. Daarmee wordt gespaard voor een eigen kunstgrasveld, zodat de groep niet meer met andere teams hoeft te concurreren op de zaterdagochtend.
Aanbod in goed overleg
Kinderen vinden hun weg naar het aangepast aanbod via speciaal onderwijs, revalidatiecentra, fysiotherapeuten en Sportservice Veenendaal. De samenwerking met deze partners is essentieel om gezinnen te bereiken. “Ook ouders spelen een cruciale rol en met hun onderhouden we goed contact,” zegt Versteeg. “Zij weten het beste wat haalbaar is voor hun kind en zorgen voor het brengen en halen.”
De training van Voetbal op Maat wordt iedere dinsdagmiddag gegeven. “Direct na school werkt het beste”, zegt Versteeg. “Als kinderen eenmaal thuis zijn, is de stap naar de club vaak te groot.” De trainingen voor framevoetbal worden juist op zaterdagochtend ingeroosterd. “Dat vinden ouders fijn, omdat het organisatorisch veel van hen vraagt.”
Volwaardig onderdeel van de vereniging
De Merino’s vindt het belangrijk dat de kinderen zich geen aparte groep voelen, maar volwaardig onderdeel zijn van de club. Daarom zijn het clubhuis en de kleedkamers rolstoeltoegankelijk gemaakt. “Zo kan iedereen meedraaien binnen de vereniging”, zegt Versteeg. “Het clubhuis is dé plek waar leden elkaar ontmoeten en verbinden.”
Ook bij verenigingsactiviteiten wordt bewust gekeken hoe deelname haalbaar en prettig blijft. “Tijdens het oliebollentoernooi laten we de kinderen van Voetbal op Maat bijvoorbeeld als eerste spelen, als het nog rustig is en er minder prikkels zijn”, vertelt Versteeg. “Zo kunnen ze meedoen op een manier die bij hen past.”
Deelnemers van het aangepast voetbalaanbod betalen contributie tegen een verlaagd tarief, omdat zij minder trainen en geen competitie spelen. “Als vereniging doneren we een tenue, zodat ze zich direct onderdeel voelen van de club”, zegt Versteeg. “Dat betekent enorm veel voor deze kinderen. Het is hét bewijs dat ze erbij horen, daar zijn ze trots op.”
Geen perfecte voorwaarden nodig om te beginnen
Het begeleiden van deze doelgroep vraagt betrokkenheid, maar volgens Versteeg hoeven clubs de lat niet te hoog te leggen. “Het idee dat je een gespecialiseerde professional nodig hebt, kan een drempel vormen. Natuurlijk is expertise waardevol, maar gezond verstand, sociale betrokkenheid en enthousiasme brengen je al heel ver.”
Haar advies aan andere clubs is duidelijk: “Begin gewoon. Heb je een veld en enthousiaste deelnemers, dan volgt de rest gaandeweg. Als je je verliest in beleid, zie je al snel vooral beren op de weg.”
Succesfactoren van dit praktijkvoorbeeld
- Geen dichtgetimmerd beleidsplan vooraf, maar pragmatisch starten en gaandeweg bijsturen.
- Aanbod ontstond vanuit een concrete vraag, wat direct deelnemers opleverde. Door klein te beginnen, kon de club ervaring opdoen en organisch verder groeien.
- Door groepen klein te houden, is er ruimte voor individuele begeleiding en contact met ouders.
- Prestatiedruk wordt weggenomen. De focus ligt op bewegen, plezier en succeservaringen.
- Rolstoeltoegankelijke faciliteiten, een clubtenue en deelname aan activiteiten zorgen ervoor dat kinderen zich écht onderdeel van de vereniging voelen.

