Binnen de gemeente Rotterdam zijn Karina van Schaik en Ingrid Michielsen de aanjagers van toegankelijke sport binnen de gemeente. Zij zorgen dat het thema ook bij collega’s de aandacht krijgt die het verdient. Van Schaik doet dat als Beleidsadviseur Inclusie en Toegankelijkheid en Michielsen als Beleidsadviseur Sportaccommodaties. “We doen in Rotterdam al heel veel op het gebied van toegankelijkheid voor sporters met een beperking”, zegt Van Schaik. “Voor de sportgebouwen hebben we al sinds 2014 een beleidsregel met basiseisen voor de toegankelijkheid van gemeentelijke binnensportgebouwen. Daarnaast zorgen we bijvoorbeeld ook voor passend sportaanbod voor mensen met een beperking, ondersteuning voor mensen bij het vinden van een passende sport en bij (top)sportevenementen worden waar mogelijk para- en reguliere sporten gecombineerd.”
Onderzoek naar wensen
De gemeente wilde graag weten wat nog meer nodig is om de toegankelijkheid verder te verbeteren. Daarom kreeg het Mulier Instituut in 2021 de opdracht onderzoek te doen naar het sporten met een beperking in de gemeente Rotterdam. De onderzoekers keken daarbij naar de wensen, behoeften, belemmeringen en stimulansen van Rotterdammers met een beperking om te gaan sporten en bewegen. Daaruit leerden de twee beleidsadviseurs dat er goede dingen gebeuren, maar dat het nog beter kan. “En dat ligt echt niet alleen op het gebied de fysieke toegankelijkheid, maar ook op informatietoegankelijkheid: kunnen mensen die passend aanbod zoeken voldoende informatie vinden? We kregen ook aanbevelingen rond praktische toegankelijkheid, zoals vervoer. De conclusie van het onderzoek was dat de fysieke toegankelijkheid het sluitstuk is als je sport en bewegen wil mogelijk maken voor mensen met een beperking. Daar konden wij ons zeker in vinden”, zegt Van Schaik.
De aanbevelingen van het Mulier Instituut leidden tot ‘Rotterdam Sport Onbeperkt’. Samen met Rotterdam SportSupport, Sportbedrijf Rotterdam, Rotterdam Topsport en SportMEE wil de gemeente met dat plan het sporten in de Maasstad nog toegankelijker maken voor mensen met een beperking. Om beter aan te sluiten op de wensen en behoeften van de doelgroep, kijkt de gemeente daarbij nadrukkelijk verder dan de fysieke toegankelijkheid. “Je kunt een mooie sportaccommodatie bouwen, maar als mensen niet weten waar dat gebouw staat of wat voor soort sport ze daar kunnen doen dan komen ze niet”, zegt Van Schaik.
Uniek Sporten Rotterdam
Het verbeteren van de vindbaarheid van het aanbod stond bovenaan de actielijst. Daarom lanceerde Rotterdam samen met de genoemde lokale partners een eigen landingspagina voor Unieksporten.nl. “Daar kunnen Rotterdammers met een beperking al het passende sportaanbod vinden. Daar vind je ook informatie over de ondersteuningsmogelijkheden in Rotterdam zoals begeleiding via SportMEE en de beschikbare financiële regelingen.” In dat eerste jaar begon Sportbedrijf Rotterdam ook met het toetsen van de bestaande accommodaties op toegankelijkheid. Daar kwamen al gelijk verschillende aanpassingen uit voort.
Bij die toetsing koos het Sportbedrijf voor een pragmatische benadering, legt Van Schaik uit. “Ze keken eerst naar de toegankelijkheid van de grote sporthallen en zwembaden en een aantal gymzaaltjes. Daarbij beoordeelden ze ook de omgeving van de sportlocaties. Als je bijvoorbeeld scholen met speciaal onderwijs in de buurt hebt, dan wil je weten of zij gebruik maken van die gymzaal en wat zij dan nodig hebben. Zo brachten zij in kaart: wat gaan we als eerste aanpakken en welke behoeftes liggen daar?”
Behoeftes in kaart brengen
Bij nieuwe accommodaties geldt uiteraard ook dat het belangrijk is om te weten wie de gebruikers worden. “En dat is tegelijkertijd ook lastig”, zegt Michielsen. “We krijgen nu best veel nieuwe accommodaties in de stad. Bij de bouw stellen we altijd de vraag: moeten we daar extra aanpassingen doen en voor welke doelgroep? Het verschilt namelijk of het gaat om rolstoelers of mensen met een visuele beperking. Het inzichtelijk krijgen van die behoeftes is soms lastig. Als in de buurt een school zit voor kinderen met een beperking of er zijn verenigingen actief met G-sport, dan heb je een beeld van potentiële gebruikers in de omgeving. Je weet verder niet hoeveel mensen met wat voor beperking nog meer in een wijk wonen en willen sporten.”
Met de beleidsregel voor nieuwbouw werkt de gemeente zo generiek mogelijk om locaties voor zoveel mogelijk mensen toegankelijk te maken. “Daarin heb je soms ook dat eisen elkaar tegenspreken”, zegt Michielsen. Als voorbeeld geeft ze een recent opgeleverde prikkelarme gymzaal. Die staat naast een school voor kinderen met bijvoorbeeld autisme. “Maar die dubbele gymzaal wordt natuurlijk ook na schooltijd gebruikt. Je kunt daar prima een yogales in geven, omdat het een rustige gymzaal is.” Van Schaik vult aan: “Maar mensen met een visuele beperking hebben juist die contrasterende kleuren nodig om zich te kunnen oriënteren. Dat geeft maar aan dat de aanpassing voor de ene doelgroep supergeschikt is en voor de ander weer niet.”
Geen ondergeschoven kindje
Concrete resultaten van ‘Rotterdam Sport Onbeperkt’ zien Van Schaik en Michielsen in de fysieke gebouwen: “We krijgen steeds meer accommodaties die goed toegankelijk zijn”, zegt Michielsen. De impact op het gebruik van die sportlocaties door mensen met een beperking is moeilijk meetbaar. Van Schaik denkt dat de belangrijkste resultaten meer zitten in de stroomlijning van processen en acties rond toegankelijkheid. “We zien door het Mulier-onderzoek en ook door het VN-verdrag Handicap uit 2016 meer bewustwording. Het thema leeft gewoon veel meer en daardoor krijg je meer voor elkaar.”
“Toegankelijkheid is geen ondergeschoven kindje meer”, voegt Michielsen toe. Dat is volgens haar te zien aan een aantal grote renovaties van sporthallen die nu op de planning staan. “Omdat in één van die sporthallen al rolstoelbasketbalteams actief zijn, hebben we ervoor gekozen om die renovatie naar voren te halen. Zodat die sporthal in ieder geval al voor die rolstoelbasketballers goed is, want dat wil je.” Een soortgelijk voorbeeld heeft ze bij de nieuwbouw van een sporthal op Zuid, waar een volleybalvereniging in komt. “Zij hebben aangegeven dat ze ook graag willen starten met zitvolleybal. In de accommodatie waar ze nu zitten gaat dat niet makkelijk, maar die nieuwe sporthal krijgt – naast het feit dat alles uiteraard rolstoeltoegankelijk is – ook echt specifieke belijning en netten die lager kunnen worden gezet.”
‘Blijven aanstippen’
In die twee genoemde voorbeelden ziet Van Schaik een duidelijk succes van het Rotterdamse plan. “Dat zit heel duidelijk in de samenwerking met alle verschillende organisaties, zoals verenigingen. Daar kun je al een deel van de behoeftes ophalen van mensen met een beperking. Je moet weten wat zij nodig hebben om te kunnen sporten.”
Beide beleidsadviseurs zien ook dat in heel Nederland een hele beweging ontstaat rond toegankelijke sport. “Dus het is zeker niet alleen een Rotterdams succes”, voegt Michielsen toe. Voor gemeenten die van de Rotterdamse aanpak willen leren heeft ze evengoed een advies: “Het is goed om bij toegankelijke sport de totale context te bezien. Het is niet alleen maar een gebouw. En als het wel over het gebouw gaat, dan zou ik toegankelijkheid direct integraal meenemen bij de nieuwbouw.” Aan de aanjagende rol die zij zelf op zich nemen, kunnen ook veel beleidsadviseurs een voorbeeld nemen. “Je moet toegankelijkheid blijven aanstippen. Zo wordt toegankelijkheid vanzelfsprekend.”
Meer praktijkverhalen
Geïnspireerd geraakt door dit verhaal? Lees meer inspirerende praktijkverhalen over verschillende andere thema’s, zoals jeugdsport, vitale clubs en sociale veiligheid.