Alles over sport logo

Breed samenwerkingsverband zorgt in Sittard voor gevarieerde, verrijkte schooldag

Wat begon met een klein groepje vrijwilligers en gratis gezonde voeding voor alle leerlingen, is met behulp van het programma ‘School en Omgeving’ uitgegroeid tot een grootschalig project rondom kansengelijkheid. Naast voeding gaan ook initiatieven als sport en bewegen, voetballen, schaken, koken en theater op de basisscholen van Stichting Kindante in Sittard als een speer.

Hoe laat je kinderen in gelijk tempo ‘groeien’, ongeacht hun situatie, achtergrond en niveau? Dat was de uitdaging voor Stichting Kindante in 2019 na een fusie van drie basisscholen in Sittard. “Met de betrokken directeuren zijn we toen om tafel gegaan. Het leek ons slim om de fusie aan te grijpen om van dit thema direct samen werk te maken”, vertelt Susanne Suijkerbuijk, lerares en programmamanager bij Stichting Kindante.

“We sprokkelden geld bij elkaar uit verschillende potjes en konden zo alle leerlingen vijf dagen per week groenten en fruit aanbieden en drie keer per week lunch.” Wat begon als een initiatief gericht op voeding, is dankzij de subsidieregeling School en Omgeving inmiddels een volwaardige verrijkte schooldag, aangeboden in samenwerking met tal van clubs, maatschappelijke organisaties en vrijwilligers. Voeding is nog steeds een belangrijk thema, maar daar zijn onder andere bewegen, sport en creativiteit bij gekomen. Het zijn bij uitstek elementen die in een regio als Zuid-Limburg, met relatief veel armoede, voor meer cohesie, verbondenheid, samenwerking en kansen in de wijken kunnen zorgen.

Wereldtijdlessen

Alle kinderen op de scholen van Kindante krijgen drie keer per week een uur ‘wereldtijd’. In dat uur, dat geïntegreerd is in de schooldag, gebeurt er iedere keer weer iets anders: koken, voetballen, een techniekles, moestuinieren, muziek maken, schaken, theater, iets creatiefs. Kindante werkt daarvoor samen met vijftig professionals die ieder vanuit hun eigen expertise lessen verzorgen. Die expertise is belangrijk, vindt Suijkerbuijk. “Ik kan ook zelf wel naar buiten met de kinderen om op zoek te gaan naar plantjes, maar een herborist kan dat natuurlijk veel beter. En wat betreft de lessen digitale geletterdheid is het veel prettiger om een beroep op iemand te kunnen doen die de ontwikkelingen rondom AI bijhoudt. In het algemeen is het leuk om te zien wat voor progressie kinderen al boeken op het gebied van zelfredzaamheid. Je ziet bijvoorbeeld op het schoolplein al dat ze elkaar beter begeleiden wanneer er iemand valt.”

Sportclubs cruciaal

Stichting Kindante werkt voor het sport- en beweegaanbod intensief samen met sportclubs in de wijk. Suijkerbuijk: “Onder schooltijd komt een vertegenwoordiger van een sportclub, bijvoorbeeld een trainer, naar de school voor een serie lessen. Of – zoals in het geval van de tafeltennisclub – gaan we erheen op de step. Win-win, want het steppen is dan weer goed voor hun motorische vaardigheid. Bij het aangaan van de samenwerkingen met sportclubs hebben we duidelijke afspraken gemaakt. De clubs geven niet alleen les, maar gaan ook een verplichting aan: ze spannen zich in om kinderen voor langere tijd aan de club te binden. We werken in blokken van acht lessen en na die acht lessen kan een club bijvoorbeeld proeflessen op de club zelf aanbieden. We hopen dat de drempel tot die proeflessen lager wordt door het aanbod bij ons op school. Kinderen die vanwege een taalbarrière moeilijk aansluiting vinden op een club, kunnen bijvoorbeeld steun hebben aan een trainer die ze al van school kennen. Hij of zij kan dit ook aanmoedigen tijdens de wereldtijdlessen: ‘Kom vrijdag maar naar de proefles, ik help je wel.’ Zo proberen we meer kinderen aan het sporten te krijgen.”

Dat geldt ook voor kinderen uit gezinnen die de eindjes moeilijk aan elkaar kunnen knopen. Kinderen kunnen met de sportlessen onder schooltijd relatief makkelijk kennismaken met een sport en club. Mocht vervolgens een lidmaatschap financieel te hoog gegrepen zijn, dan kan het Jeugdfonds Sport en Cultuur helpen. In het verleden nam Kindcentrum Sittard, onderdeel van Stichting Kindante, al eens deel aan een pilot onder de noemer ‘Meedoen in Limburg’, een gesubsidieerd programma in samenwerking met het Jeugdfonds Sport en Cultuur, in dit geval met name gericht op vluchtelingen. “Dat was een heel goed initiatief”, weet Suijkerbuijk. “Wij zouden nog steeds graag zien dat een dergelijke samenwerking structureel van de grond komt.”

Gemeenten meekrijgen

Ook op de eigen pleinen zet Stichting Kindante vol in op sport en bewegen, vervolgt Suijkerbuijk. “Op de woensdagmiddagen gaan we tegenwoordig buitenspelen met de kinderen en bij slecht weer hebben we ook een binnenhonk. Twee leerkrachten fungeren dan als buitenspeelcoach om de kinderen te begeleiden. Ook hier willen we op den duur weer sportclubs aan verbinden, die dan op de woensdagmiddagen zichtbaar kunnen deelnemen en kinderen warm kunnen maken voor hun club.” Gemeenten zijn echter net zo belangrijk als samenwerkingspartner. Stichting Kindante wil hen dan ook zoveel mogelijk meekrijgen. “De ene gemeente is daarin wat bereidwilliger dan de andere, maar ze hebben een belangrijke rol. Als ook gemeenten nadrukkelijk inzetten op sport en bewegen, kunnen we nog meer clubs aan initiatieven verbinden.”

Jongerenpanel: een succesfactor

Zoals vaak bij nieuwe projecten zijn evaluatie en doorontwikkeling onmisbaar. Daarbij is veel ruimte voor de mening van de leerlingen zelf. In een jongerenpanel mogen de leerlingen hun ervaringen delen en laten horen wat ze van de wereldtijdlessen vinden. Suijkerbuijk: “De leerlingen voelen zich over het algemeen goed en we praten regelmatig over de lessen. We vragen hen wat ze missen, wat ze juist leuk vinden en of ze nog verdere feedback hebben. Natuurlijk is het altijd moeilijk om echt te kunnen meten of we onze doelen bereiken met zo’n project. Maar ik zie wel degelijk dat de verrijkingen onze leerlingen iets brengen.”

Succesfactoren van dit praktijkvoorbeeld

  • Borging/continuïteit is kwetsbaar: begin met slim ‘stapelen’ van financiering en het uitbouwen van een klein begin (voeding) naar een breed programma. Dus: start met iets wat direct waarde oplevert, maar kijk verder naar hoe je tot structurele middelen/partners komt.
  • Samenwerking (met gemeenten) is cruciaal: zorg voorbreed lokaal netwerk (clubs/organisaties/vrijwilligers) en gemeenten als expliciete partner. Organiseer het aanbod zo dat meerdere partners het ‘dragen’ en maak een gemeentelijke instap (wie, wanneer, welk belang) onderdeel van je plan.
  • Doorstroom naar sport/cultuur: zorg voor sportclubs als partner met concrete afspraken (lessen in blokken, proeflessen, begeleiding richting lidmaatschap). Geef niet alleen ‘clinics’, maar bedenk ook: ‘Wat gebeurt er na de clinic?’ (proeflessen, inschrijving, begeleiding).
  • Neem drempels weg (taal, onbekendheid, logistiek): laat kinderen de begeleider/trainer al in schoolcontext ontmoeten en maak de eerste stap buiten school zo eenvoudig mogelijk.
  • Geld: maak een koppeling met het Jeugdfonds Sport & Cultuur om contributie/lesgeld te dekken, door een ‘financiële doorverwijzing’ in te bouwen als standaard proces, niet als losse oplossing achteraf.
  • Bewaak kwaliteit en relevantie: werk met echte vakmensen/expertise (zo’n 50 professionals) en breed ontwikkel-aanbod. Kies partners op inhoudelijke kwaliteit en ontwikkel een gebalanceerde menukaart (sport, creatief, techniek, natuur, digitaal).
  • Maak het een vast onderdeel: een vaste plek in de schooldag (3 keer per week ‘wereldtijd’). Dus rooster het structureel in en organiseer randvoorwaarden (ruimte, slechtweeropties, toezicht).
  • Weten wat werkt: gebruik een jongerenpanel als feedbackmechanisme en voor doorlopende doorontwikkeling. Combineer hiervoor ‘zachte’ feedback (leerlingstem) met simpele proces-indicatoren (opkomst, doorstroom, tevredenheid) om bij te sturen.

Auteur(s)

Meedoen door sport en bewegen
Eerstelijnszorg, In de wijk, Onderwijs, Sportaanbieders
Jongeren, Kinderen
Fietsen, Gymnastiek, Schaken, Tafeltennis, Vechtsport, Voetbal
public, professional
praktijkvoorbeeld
diversiteit, financiering en subsidies, gezondheidsbevordering, kwetsbaarheid, lage inkomens, samenwerken