ROHDA Raalte is een voetbalvereniging in de derde divisie met zo’n 1.400 leden, van wie de helft jeugdleden. “Enkele jaren geleden groeide het besef dat de focus op prestaties niet voor ieder kind passend was”, zegt Raymond Schrijver, vrijwilliger in Team Pedagogische Ondersteuning en vader van twee voetballende zoons bij ROHDA. “Aan de hand van een beleidsplan wilde het bestuur een cultuurverandering in gang zetten.”
Samen met vier anderen met expertise in jeugdzorg en onderwijs vormde Schrijver het Team Pedagogische Ondersteuning (TPO). Het beleidsplan kreeg de naam ‘Aandacht voor iedereen’. De centrale vraag: hoe creëren we een positief sportklimaat waarin ieder kind zich kan ontwikkelen? Het plan rust op vier pijlers:
- Het aanbrengen van duidelijke structuur
- Heldere communicatie richting ouders
- Oprechte aandacht voor ieder kind
- Positief coachen
Schrijver volgde via de KNVB de cursus Pedagogiek op het voetbalveld. “Daar leerde ik hoe belangrijk positief coachen is, hoe je groepsdynamiek beïnvloedt en hoe je een veilig sportklimaat creëert. Die principes vormen nu de basis van ons beleid.”
Preventief en ondersteunend
Het pedagogisch beleid binnen ROHDA Raalte heeft twee sporen. Enerzijds is het preventief. Hoe bouw je een team op? Welke afspraken maak je? En hoe zorg je voor structuur? “Veel trainers hebben nooit geleerd hoe ze voor een groep moeten staan”, zegt Raymond. “Een vakman in de bouw die ’s avonds ineens trainer is, kan best wat handvatten gebruiken.” Aan het begin van ieder seizoen worden flyers verspreid met praktische tips voor trainers. Ook via online kanalen wordt kennis gedeeld. “Problemen liggen vaak niet bij het kind”, benadrukt hij. “Maar bij de manier waarop er gecoacht wordt. Simpele aanpassingen kunnen een wereld van verschil maken.”
Daarnaast biedt Team TPO ondersteuning wanneer dat nodig is. Gemiddeld wordt het team tien keer per seizoen ingeschakeld door trainers of kaderleden die tegen problemen aanlopen. “De eerste stap is altijd begrijpen waarom een kind of groep bepaald gedrag laat zien”, aldus Schrijver. “Dat doen we door in gesprek te gaan en een observatie op het voetbalveld.” Gaat het om een individueel kind, dan worden ouders en speler betrokken en worden duidelijke afspraken gemaakt. De stoplichtmethode en escalatieladder worden ingezet als hulpmiddelen. “Soms is een probleem met een paar adviezen opgelost, andere keren duurt een traject twee of drie maanden”, zegt Schrijver.
Effect op trainers, ouders en kinderen
De aanpak werpt zijn vruchten af. “Kinderen die anders zouden uitvallen of structureel problemen veroorzaken, kunnen we nu beter begeleiden”, zegt Schrijver. Trainers leren omgaan met autisme, ADHD of hoogsensitiviteit. Ook ouders voelen zich gehoord, omdat ze met vragen terechtkunnen bij TPO. “We zijn er in principe voor trainers, maar ouders weten ons inmiddels ook te vinden als een team niet goed loopt”, aldus Schrijver.
Samenwerking met het bestuur
Volgens Schrijver is een nauwe samenwerking met het technisch verantwoordelijke bestuur cruciaal om pedagogisch beleid te laten landen in de vereniging. “Er is veel afstemming met de jeugdopleiding”, zegt hij. “Elke zes weken hebben we als TPO overleg met het bestuurslid voetbalzaken, de coördinatoren en het hoofd jeugdopleiding. Zo blijven beleid en praktijk goed op elkaar aangesloten.”
Kleine veranderingen, groot effect
Aanpassingen op organisatieniveau dragen bij aan een meer gelijke behandeling van breedte- en selectieteams. Waar voorheen alleen selectieteams op de hoofdvelden speelden, wordt daar nu geen onderscheid meer in gemaakt. “Dat zorgt voor meer gelijkwaardigheid”, zegt Schrijver. Daarnaast worden de niveaus in de lagere divisies gelijkmatiger verdeeld. “Kinderen ontwikkelen zich niet in een rechte lijn, maar met pieken en dalen. Door te mixen, vergroot je hun ontwikkelkansen.”
Draagvlak en borging
TPO bestaat volledig uit vrijwilligers. “Dat maakt het soms intensief,” erkent Schrijver. “Maar het effect op de club is groot. Kadertaken voor jeugdteams zijn makkelijker in te vullen en het voetbalplezier onder jeugdleden lijkt zichtbaar toegenomen.”
Verenigingen die met pedagogisch beleid aan de slag willen, adviseert Schrijver om klein te beginnen. “Binnen elke club zijn ouders of leden te vinden met een pedagogische achtergrond. Benut die kennis en kijk hoe andere verenigingen het aanpakken. Je hoeft het wiel niet opnieuw uit te vinden.”
Succesfactoren van dit praktijkvoorbeeld
- Breed urgentiebesef binnen de vereniging om het pedagogisch klimaat te verbeteren.
- Betrokken, enthousiaste leden en ouders met expertise in zorg, welzijn en onderwijs ontwikkelden samen een concreet beleidsplan.
- Tweepijler-aanpak richt zich op preventie én casusbegeleiding. Hiermee wordt de pedagogische kennis van alle trainers vergroot, terwijl teams of spelers met een specifieke hulpvraag gerichte ondersteuning krijgen.
- Het beleidsplan ‘Aandacht voor iedereen’ geeft duidelijke richting en wordt expliciet ondersteund door bestuur en jeugdcommissie. Elke zes weken vindt structureel overleg plaats, waardoor de pedagogische aanpak een integraal onderdeel is van het voetbalbeleid en geen afzonderlijk traject.
- Team Pedagogische Ondersteuning creëert zichtbaarheid binnen de vereniging door actief kennis te delen en vormt een herkenbaar aanspreekpunt voor trainers, coaches en ouders.
